De geschiedenis van de Schoonmaak
Van “tante Kee” tot nu
U vraagt zich wellicht af waarom wij onze website beginnen met een verhaal over de geschiedenis van schoonmaak in Nederland? Er is veel veranderd in de afgelopen jaren en niet altijd ten goede van de kwaliteit. Verderop zult u begrijpen waarom deze schets en wat de toegevoegde waarde is van Respons Schoonmaak voor uw bedrijf.
Onder invloed van economische factoren en technologische ontwikkelingen kunnen soms essentiële bestanddelen van een vak verloren gaan. De roep om echte vakmensen is enorm. Ik spreek regelmatig met ondernemers die klagen over het gebrek hieraan en somber zijn over de toekomst, omdat er ook geen opleidingen meer voor zijn. “De enige die het nog weet is Kees en die gaat over 3 jaar met pensioen.” Dit fenomeen heet “Verloren Technologie”.
In het navolgende verslag treft u de geschiedenis van schoonmaak in Nederland, een geschiedenis van Verloren Technologie.
Tot en met de jaren ’70 werd de schoonmaak van panden en gebouwen in de regel uitgevoerd door Hollandse vrouwen, vaak huisvrouwen. De schoonmaak werd net als het huishouden uitgevoerd naar eigen inzicht. Deze huisvrouwen, vaak met klinkende namen als “tante Kee” hadden vaak een positie met aanzien binnen een bedrijf of school. De dagelijkse schoonmaakwerkzaamheden waren gewoon een vanzelfsprekendheid, dus de aansturing van hun werkzaamheden was meestal gericht op de periodieke werkzaamheden en de langere termijn planning voor het onderhoud van het pand.
Er was zeer veel tijd voorhanden, gemiddeld drie keer zoveel als er vandaag de dag voor uitgetrokken wordt. Door het hoge aantal uren was het inkomen voor de schoonmaakster vrij behoorlijk en in veel gevallen had men de schoonmaker in eigen dienst. Uit deze periode stammen veel van de oudere schoonmaakbedrijven, omdat echtparen zelf een bedrijfje gingen starten (vader/moeder bedrijf). Verder waren er de glazenwasserijen die schoonmaakwerkzaamheden erbij gingen doen.
In de jaren ’80 kwam hierdoor een verschuiving van de schoonmaakster in dienst naar schoonmaakbedrijven. Men kwam tot de ontdekking dat vervanging bij ziekte en vakantie beter extern geregeld kon worden. De schoonmaak werd geprofessionaliseerd en de vraag naar schoonmaakbedrijven werd groter. De werkzaamheden werden meer planmatig aangestuurd en volgens nieuwe methoden verkreeg men tijdwinsten. De tijdwinst werd ingezet om “goedkoper” te kunnen aanbieden. Het schoonmaken kreeg steeds meer aandacht ten koste van het opruimen, de periodieke werkzaamheden en de langere termijn planning voor het onderhoud van het pand.
In deze jaren kwamen de eerste allochtone medewerkers in beeld en verdwenen de huisvrouwen. De snelheid werd verhoogt en er kwamen kengetallen - voor ieder element werd een tijd bepaald. Doordat het schoonmaken en de cultuur van de “professionele” schoonmaker niet gericht was op vergelijking met thuis, zoals de ouderwetse huisvrouw dat deed, werd de schoonmaak het minimale en centrale product wat schoonmaakbedrijven leverden. De ruimte in de werktijden werd vaak nog meer ingekort, omdat de schoonmakers geen initiatief meer ondernomen voor opruimwerkzaamheden indien het schoonmaken klaar was.
Om de kwaliteit enigszins te waarborgen ontstonden er cursussen in de bedrijfstak. De nieuwe schoonmakers moesten worden opgeleid. Doordat de groep schoonmakers steeds groter werd, kreeg deze groep ook de interesse van de vakbonden en stegen de loonkosten fors. De uurtarieven werden (€ 10,00 in 1986 tot € 20,00 in 2006) aangepast op de hogere brutolonen en hierdoor werd het noodzakelijk om de werktijden nog verder te beperken.
In de jaren ’90 werden nieuwe, snellere en ergonomische methodieken ingevoerd. Er werd hiermee meer tijdwinst gecreëerd voor de schoonmaak, waardoor er geen of nauwelijks tijd overbleef voor de opruim- en onderhoudswerkzaamheden. De werkprogramma’s werden volledig geïntrigeerd en de schoonmakers werden strakker aangestuurd. Eventuele tijdwinst werd uit de werktijden gehaald en gedeeltelijk aan de klant “teruggegeven” De ruimte voor opruimen werd volledig verwijderd.
Er ontstond een ontevredenheid over de kwaliteit omdat er vaak niet aan het verwachtingspatroon kon worden voldaan. De kwaliteit werd meetbaar gemaakt omdat er discussies ontstonden (vooral bij zeer grote projecten). Hierdoor ontstond een minimale kwaliteitsgrens, wat acceptabel was.
Ondanks alle veranderingen en door de hoge uurtarieven, met als gevolg korte werktijden voor alleen de schoonmaak, bleef de wens voor meer. Vaak werd gevraagd om eigen initiatief en inzet van de schoonmaker, maar men realiseerde zich niet dat dit door eigen keuze (besparing) uit de mogelijkheden werd gehaald.
Een nieuwe fenomeen werd rond het jaar 2000 geïntroduceerd, de beleving van de schoonmaak door de gebruiker. De belangrijkheid van de persoonlijke beleving werd opgemerkt door de opdrachtgevers en schoonmaakbedrijven. Primair stond deze beleving centraal, met de bedoeling om ten koste van overige werkzaamheden, de beleving in stand te houden. “Clean Desk” policy werd vanuit het bedrijfsleven geïntroduceerd.
Nieuwe werkprogramma’s werden geïntroduceerd, alleen schoonmaken wat vuil is. Deze term moest ruimte geven om de werkplekken meer aandacht te geven, bureaus werden niet meer volledig afgenomen maar slechts gecorrigeerd. In plaats van de tijdwinst die hieruit voortvloeit te gebruiken voor opruimwerkzaamheden, vonden de schoonmaakbedrijven een tool voor verkoop. De schoonmaak kon hierdoor voor nog minder tijd worden aangeboden. Het gevolg is dat nog steeds niet aan de wens van de gebruiker wordt voldaan en de ontevredenheid over de gehele bedrijfstak groter werd. De prijs werd hierdoor de doorslaggevende factor, alle schoonmaakbedrijven zijn hetzelfde, dus nemen we de goedkoopste. De grote schoonmaakbedrijven werken nu bijna voor kostprijs en proberen deze tijd op die manier te doorstaan (wat in veel bedrijfstakken gebeurt in periode van mindere economische omstandigheden). Hiermee verdween de laatste ruimte voor opruimen.
De laatste tendens in de branche is dat men zich nu meer en meer richt op zaken als micro-organisme en andere factoren zoals luchtkwaliteit voor het verklaren van “ziektes” van de medewerkers. Het is inderdaad waar dat een schone omgeving de productiviteit van het personeel en de indruk van de klant enorm ten goede komt, maar dat zit hem in de regel niet in de factor bacteriën. De belangrijkste factor en datgene waar de schoonmaakbranche onder lijdt, de “Verloren Technologie”, is de factor ordelijkheid; Er wordt zelden meer opgeruimd. De periodieke werkzaamheden en het onderhoud van het pand zijn als werkzaamheden ook bijna geheel verdwenen uit het standaardpakket.